Beleid Sociaal Veilige Sportomgeving

Het document als goed printbare pdf staat hier.
Beleid Sociaal Veilige Sportomgeving

Iedereen moet in een veilig sportklimaat zijn of haar sport kunnen beoefenen. Iedereen moet zich veilig voelen bij ons op de vereniging. Langhenkel/HEC hanteert daarom het volgende beleid om grensoverschrijdend gedrag te voorkomen. Dit betreft seksuele intimidatie, maar ook (het vermoeden van) pesten en (dreigen met) lichamelijk geweld.

Aanspreekpunten

Ondanks dat binnen Langhenkel/HEC openheid, transparantie en verbinding belangrijke waarden zijn, begrijpen we binnen de vereniging dat dit niet altijd tot de mogelijkheden behoort. Ondanks dat we voorstander zijn van primair het gesprek voeren met betrokkenen, is dit soms niet mogelijk. Voor die gevallen hebben we een drietal aanspreekpunten binnen de vereniging.

Voor Jeugd :                          Bestuurslid Jeugd – Marja Liefers
Voor Senioren:                     Bestuurslid technische zaken – Rikjan Stoffer
Voor alle leden:                    Voorzitter – Wilco Nuiten

De handelwijze van de aanspreekpunten in het geval hij/zij in vertrouwen op de hoogte wordt gebracht van een incident, is stapsgewijs beschreven in het Protocol Sociaal Veilige Sportomgeving.

Gedragscode voor begeleiders

Daarnaast hebben wij als Langhenkel/HEC voor al onze trainers en begeleiders een gedragscode opgesteld. De gedragscode bestaat uit twee delen: regels die bijdragen aan een open, transparante en veilige omgeving voor kinderen én begeleiders en de omschrijving van seksueel grensoverschrijdend gedrag die het uitgangspunt is van het tucht- en sanctiebeleid dat door NOC*NSF wordt gevoerd. Wanneer een trainer bij ons aan de slag gaat met een team, als trainer, coach of begeleider, overhandigen wij je de gedragscode en spreken de belangrijkste punten met je door. Vervolgens vragen wij je deze gedragscode te ondertekenen. Hiermee verklaar je dat je de gedragscode kent en volgens de gedragscode zult handelen.

Verklaring omtrent gedrag

Tenslotte is Langhenkel/HEC van alle trainers, coaches en begeleiders in het bezit van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) De procedure omtrent gratis aanvraag zal in een later stadium vastgelegd worden.

Dit beleid is vastgesteld door het bestuur op 2 mei 2018 te Heerde.

Protocol sociaal veilige sportomgeving

Inleiding
Het aanspreekpunt van de vereniging is binnen de vereniging het eerste aanspreekpunt voor een ieder die opmerkingen of vragen heeft m.b.t. tot seksuele intimidatie (SI), of over een concreet incident zoals (dreigen met) lichamelijk geweld en (vermoeden van) pesten een gesprek wil met de vereniging. Deze aanspreekpunten zijn aanspreekbaar voor sporters, ouders van sporters, toeschouwers, kaderleden en vrijwilligers. Deze gesprekken zijn in principe vertrouwelijk. Maar deze vertrouwelijkheid heeft zijn grenzen: ten eerste vanwege het algemeen belang van een veilige sportomgeving en ten tweede vanwege de Nederlandse wetgeving die in bepaalde gevallen de aanspreekpunten en het bestuur verplicht de vertrouwelijkheid te doorbreken. Is dit laatste het geval, dan is er voor de aanspreekpunten sprake van een conflict van taken. Dit conflict van taken kan zich vooral voordoen indien hij/zij in een vertrouwelijk gesprek de voorzitter op de hoogte stelt van een concreet ernstig incident van SI. Overleg tussen de aanspreekpunten en de voorzitter van het bestuur van Langhenkel/HEC speelt een belangrijke rol bij het oplossen van het conflict van taken. Het bestuur heeft de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van haar leden, het aanspreekpunt zal in alle gevallen dat hij/zij op welke wijze dan ook kennis neemt van een incident m.b.t. SI dit geanonimiseerd met de voorzitter van het bestuur moeten bespreken. Hierbij wordt de vertrouwelijkheid niet geschonden terwijl de voorzitter kan beoordelen of en hoe het bestuur  moet handelen. Alléén wanneer het bestuur niet zonder nadere informatie kan handelen, zal zij het aanspreekpunt om die informatie vragen, waardoor de vertrouwelijkheid (deels) wordt opgeheven. De voorzitter van RBC fungeert als eerste contact voor de aanspreekpunten.

In onderstaand protocol wordt stapsgewijs de handelwijze van de aanspreekpunten beschreven in het geval hij in vertrouwen op de hoogte wordt gebracht van een incident m.b.t. SI. Ook een eventueel (intern) conflict van taken van de aanspreekpunten wordt in het protocol beschreven naar te nemen acties.

Stappen

  1. Eerste opvang: verhaal en emoties
    Een ieder kan een beroep doen op de aanspreekpunten voor vragen, vermoedens, meldingen, klachten en aangifte met betrekking tot SI, pesten en lichamelijk geweld. Het aanspreekpunt is hiervoor het eerste aanspreekpunt binnen Langhenkel/HEC. De betrokkene moet in de eerste plaats in vertrouwen een verhaal kwijt kunnen en worden opgevangen in verband met emoties die daarbij kunnen spelen. Het aanspreekpunt moet echter vooraf twee zaken duidelijk maken:
  1. elk incident wordt geanonimiseerd met de voorzitter van het bestuur besproken omdat die de verantwoordelijkheid heeft om de implicaties voor de vereniging vast te stellen en daarnaar te handelen
  2. de vertrouwelijkheid van het gesprek is begrensd: indien de voorzitter oordeelt dat de veiligheid van één of meerdere van de leden in het geding is en/of wanneer er sprake is van een ernstig strafbaar feit (strafbare feiten zoals in het Burgerlijk Wetboek zijn vastgelegd).
  1. Overleg over vervolgstappen: doorverwijzen
    Naar aanleiding van wat het aanspreekpunt ter ore komt, wordt de betrokkene geïnformeerd over mogelijke vervolgstappen en over de (externe) instanties waartoe de betrokkene zich kan wenden voor de verschillende vervolgstappen. De betrokkene maakt hierin zélf een keuze of wordt doorverwezen naar instanties die bij die keuzebepaling kunnen helpen (denk hierbij aan de vertrouwenscontactpersoon van de Nevobo of de Vertrouwenspersoon van NOC*NSF, Maatschappelijk werk, huisarts).
  1. Opheffen vertrouwelijkheid
    Het aanspreekpunt informeert de betrokkene over de gevolgen die het incident heeft voor de stappen die het aanspreekpunt moet zetten. In alle gevallen zal geanonimiseerd overleg met de voorzitter volgen (reeds gemeld in stap 1). Deze beoordeelt hoe vanuit de bestuurlijke verantwoordelijkheid moet worden gehandeld. Indien dit handelen vereist dat (een deel van) de vertrouwelijkheid moet worden opgeheven, zal betrokkene door het aanspreekpunt hierover uitleg krijgen en om diens toestemming worden gevraagd. Bij toestemming is de vertrouwelijkheid opgeheven. Het opheffen van vertrouwelijkheid gebeurt echter ook zonder toestemming van de betrokkene, maar niet nadat:
  1. Het aanspreekpunt de betrokkene heeft uitgelegd waarom hij deze stap moet nemen en om diens toestemming daarvoor is gevraagd;
  2. het is gebleken dat er geen andere weg is dan het opheffen van de vertrouwelijkheid om het voor het bestuur mogelijk te maken haar verantwoordelijkheid te nemen;
  3. naar het oordeel van het bestuur het niet-opheffen van de vertrouwelijkheid voor betrokkene en/of derden schade of gevaar zal opleveren en dit kan worden voorkomen door het opheffen van de vertrouwelijkheid;
  4. er in gevallen van ernstige twijfel bij het aanspreekpunt (en/of bij het bestuur) aan de juistheid van het opheffen van de vertrouwelijkheid, consultatie van een vertrouwenscontactpersoon of vertrouwenspersoon op Bondsniveau heeft plaatsgevonden.

Opheffen van de vertrouwelijkheid gebeurt overigens met inachtneming van alle verplichtingen die het bestuur en het aanspreekpunt hebben jegens de bescherming van de privacy van alle betrokken partijen. Met de betrokkene bespreekt het aanspreekpunt de mogelijke gevolgen van deze stap en verwijst de betrokkene naar relevante hulpverlening. Tevens wordt afgesproken hoe betrokkene op de hoogte wordt gehouden van het handelen van het bestuur.

Overwegingen die tot het opheffen van de vertrouwelijkheid aanleiding kunnen geven zijn:

  1. er is sprake van een ernstig strafbaar feit;
  2. er is sprake van angst of onmacht aan de zijde van betrokkene om een strafbare en/of ongewenste situatie te beëindigen;
  3. er is sprake van een voor de betrokkene of derden acute onveilige sportomgeving;
  4. er is sprake van gedragingen of een situatie waarin het bestuur vanuit haar verantwoordelijkheid in het algemeen belang moet ingrijpen.

In geval dat de vertrouwelijkheid moet worden opgeheven omdat er sprake is van een ernstig strafbaar feit waar aangifteplicht voor geldt, zoals bij verkrachting, dan stelt het aanspreekpunt de voorzitter daarvan in kennis en zal het bestuur deze verplichting tot aangifte moeten nakomen. Doet zij dat niet, dan berust deze verplichting in even grote mate bij het aanspreekpunt. Deze kan echter geen aangifte doen namens de vereniging, maar doet dat dan als privé persoon.

  1. Rapportage aan bestuur
    Het aanspreekpunt brengt het bestuur altijd op de hoogte van hetgeen een betrokkene heeft verklaard en welke afspraken met betrekking tot de doorverwijzing zijn gemaakt. Dit gebeurt geanonimiseerd, maar indien het bestuur dit noodzakelijk vindt met verwijzing naar personen (zie hiervoor punt 3 opheffen vertrouwelijkheid).
  1. Verslaglegging
    Het aanspreekpunt legt verslag van de gevoerde gesprekken en de daaruit voortvloeiende doorverwijzing en gemaakte afspraken. Deze informatie wordt binnen de vereniging op een veilige wijze gearchiveerd. De aanspreekpunten beheren dit archief.

Signalen
Bij vermoedens van SI, pesten of lichamelijk geweld anonieme signalen, eigen waarnemingen, of geruchten daarover, licht het aanspreekpunt de voorzitter in en die kan het bestuur inlichten indien hij dit noodzakelijk vindt.

Gedragscode Vrijwilliger Langhenkel/HEC

Veel grenzen in het contact tussen begeleiders en minderjarige leden aan de activiteiten van Langhenkel/HEC zijn niet eenduidig. Het ene kind heeft behoefte aan een aai over de bol en weer een ander kind vindt het niet prettig om aangeraakt te worden. Hierover kunnen nooit exacte grenzen worden afgesproken die voor alle kinderen en in alle situaties gelden. Dat is maar goed ook, want voor veel kinderen is dichtbijheid en lichamelijk contact een voorwaarde om te groeien. Maar er is wel één heel duidelijke grens en dat is de grens dat seksuele handelingen en contacten tussen (jong)volwassen vrijwilligers en minderjarigen, die bij ons komen, absoluut ontoelaatbaar zijn!

Daarom hebben wij als Langhenkel/HEC voor al onze trainers, coaches en begeleiders een gedragscode opgesteld. De gedragscode bestaat uit twee delen: regels die bijdragen aan een open, transparante en veilige omgeving voor kinderen én begeleiders en de omschrijving van seksueel grensoverschrijdend gedrag die het uitgangspunt is van het tucht- en sanctiebeleid dat door NOC*NSF wordt gevoerd. Wanneer een trainer bij ons aan de slag gaat met een team, als trainer, coach of begeleider, overhandigen wij je de gedragscode en spreken de belangrijkste punten met je door. Vervolgens vragen wij je deze gedragscode te ondertekenen. Hiermee verklaar je dat je de gedragscode kent en volgens de gedragscode zult handelen.

De gedragsregels voor Vrijwilligers binnen Langhenkel/HEC

  1. De vrijwilliger moet zorgen voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de minderjarige zich veilig en gerespecteerd voelt.
  2. De vrijwilliger onthoudt zich ervan de pupil te bejegenen op een wijze die de minderjarige in zijn waardigheid aantast.
  3. De vrijwilliger dringt niet verder door in het privéleven van de minderjarige dan functioneel noodzakelijk is.
  4. De vrijwilliger onthoudt zich van elke vorm van seksuele benadering en misbruik ten opzichte van de minderjarige. Alle seksuele handelingen, handelingen, contacten en –relaties tussen vrijwilliger en minderjarige tot 16 jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel grensoverschrijdend gedrag.
  5. De vrijwilliger mag de minderjarige niet op zodanige wijze aanraken, dat deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard ervaren zal worden.
  6. De vrijwilliger zal tijdens trainingsdagen, kampen, reizen, uitjes en dergelijke zeer terughoudend en met respect omgaan met minderjarigen en de ruimtes waarin zij zich bevinden, zoals de kleedkamer of hotelkamer.
  7. De vrijwilliger heeft de plicht de minderjarige naar vermogen te beschermen tegen vormen van ongelijkwaardige behandeling en seksueel grensoverschrijdend gedrag en zal er actief op toezien dat de gedragscode door iedereen die bij de minderjarige is betrokken, wordt nageleefd.
  8. Indien de vrijwilliger gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze gedragscode en bij vermoedens van seksueel grensoverschrijdend gedrag, is hij verplicht hiervan melding te maken bij de daarvoor door het bestuur aangewezen personen.
  9. De vrijwilliger krijgt of geeft geen (im)materiële vergoedingen die niet in de rede zijn.
  10. In die gevallen waar de gedragscode niet (direct) voorziet, of bij twijfel over de toelaatbaarheid van bepaalde gedragingen ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de vrijwilloger in de geest van de gedragscode te handelen en zo nodig daarover in contact te treden met een door het bestuur aangewezen persoon.

Omschrijving seksueel grensoverschrijdend gedrag met minderjarigen en sanctiebeleid

Onder seksueel grensoverschrijdend gedrag met minderjarigen verstaan wij: elke vorm van seksueel gedrag of seksuele toenadering, in verbale, non-verbale of fysieke zin, opzettelijk of onopzettelijk, die door de persoon die het ondergaat als ongewenst of gedwongen wordt ervaren; en / of plaatsvindt binnen een ongelijke machtsverhouding (volwassene-kind, trainer-jeugdspeler, coach-jeugdspeler, begeleider-jeugdspeler, e.d.); en / of andere handelingen of gedragingen die strafbaar zijn volgens het Wetboek van Strafrecht.

Gedragingen die volgens de bovenstaande omschrijving vallen onder seksueel grensoverschrijdend gedrag met minderjarigen, kunnen worden gesanctioneerd door een tuchtrechtprocedure waarin hoor en wederhoor zal plaatsvinden. De sancties bestaan uit het voor korte of langere tijd uitsluiten van rijwilligerswerk met minderjarigen door persoonsgegevens in een centraal register op te nemen.

Seksueel grensoverschrijdende gedragingen met minderjarigen waarvan het bestuur oordeelt dat deze vallen onder het Wetboek van Strafrecht, zullen bij politie/justitie worden gemeld.

Deze gedragscode is vastgesteld door het bestuur van Langhenkel/HEC op  2 mei -2018.